onderdeel van deKunstClub.nl


IJzerzouten stoken

Voor dit soort werk gebruiken we bij voor­keur een grove rakuklei of zilverzandklei. De fijnere kleisoorten zijn slecht bestand tegen de snelle temperatuur­wisselingen die inherent zijn aan deze stookmethode.

Het werk wordt na het biscuitstoken op 950 °C één of meestal twee keer be­streken met een verzadigde oplossing van ijzerchloride en/of ijzersulfaat. Na droging wordt het samen met een keuze aan organisch materiaal in aluminiumfolie gewikkeld (de "saggar"-techniek). Het pakket wordt in een raku-oven snel op circa 950 ºC gestookt. Bij deze primitieve wijze van stoken kleurt de oorspronkelijk witte klei in diepe rode tinten, met een fijne glans. De toevoegingen veroorzaken soms lichte, soms donkere vlekken.

Tijdens het stoken zorgt de aluminiumfolie voor een reducerende atmosfeer direct om het werk. Bij de genoemde 950 ºC echter begint de aluminiumfolie uit elkaar te vallen, zodat de uiteindelijke atmosfeer rond het werk oxiderend is. De bijgesloten organische materialen (natte gebruikte theezakjes, verse bananen- en/of mandarijnschillen, sisaltouw, zaagsel, papierpropjes, zeewier, onkruid) gaven aanvankelijk locale zwarting, in de oxiderende eind-atmosfeer echter gaan die verkleuringen (deels) over in wit. Je kunt eindeloos spelen met de manier van inpak­ken in de folie. Zo is het bijvoorbeeld heel bepalend waar je de aluminium­flappen laat: onder het werk of juist er boven. Je speelt als het ware met het microklimaat direct rond het werk. Bij het uitnemen (bij 950 ºC) kun je met de tang gelijk gaten in de folie prikken …. daar zal het werk het sterkst ge(her)oxideerd worden. Echt een speeltuin voor de keramist!

Het werk wordt nabehandeld met eigengemaakte was.